Recensie Hubert Luns: Wie heeft God gemaakt? – Edgar Andrews


Wie heeft God gemaakt?

Recensie door Hubert Luns

Een mooi boek, bestemd voor mensen met een wetenschappelijke belangstelling. Ingewikkelde materie weet Edgar Andrews in toegankelijke taal uit te leggen. Het boek is uitstekend vertaald en heeft een woord vooraf van Kees Roos, emeritus hoogleraar wiskunde aan de TU Delft.

De auteur heeft de titel van zijn boek ontleend aan een favoriete vraag van sceptici: ‘Als God alles heeft gemaakt, wie heeft God dan gemaakt?’ Edgar Andrews stelt vooraf de hypothese dat God bestaat. Vervolgens bekijkt hij in hoeverre deze hypothese door wetenschappelijk onderzoek wordt bevestigd. In zijn debat kruist Edgar Andrews de degens met bekende coryfeeën zoals Richard Dawkins en Stephen Hawking, die juist het tegenovergestelde beweren (‘God bestaat niet’).

Alhoewel God via de Godhypothese niet kan worden bewezen, blijkt het uitstekend verdedigbaar, veel beter zelfs dan de veronderstelling dat God ‘niet bestaat’. Nog altijd zoekt de wetenschap naar de allesomvattende theorie. Krampachtig wordt iedere indicatie naar God uitgeband, zelfs als de logica duidelijk wijst op (goddelijk) ontwerp.

Voor de Godhypothese, en zo is ook de opzet van dit boek, gaat de schrijver uit van vier dingen die wetenschappelijk onverklaarbaar zijn: 1) de oorsprong van het heelal, 2) de oorsprong van de natuurwetten, 3) de oorsprong van het leven en 4) de oorsprong van het verstand en de gedachten. Deze vier ‘ongerijmdheden’ werkt hij op sublieme wijze uit. Ik noem het derde punt, de oorsprong van het leven. Hier gaat hij in op de basisblokken van het leven zoals die zijn vastgelegd in onze genetische code. Nog nooit heb ik over dit aspect zo’n goed onderbouwd betoog gezien. Edgar Andrews stelt dat chemie, of biochemie nooit informatie op zichzelf heeft; DNA is informatie-drager. Er is dus iemand nodig geweest, een macht, om die informatie via de chemische verbindingen toe te voegen en werkzaam te maken, want in de oersoep – toen alles begon – vallen aminozuren uiteen (het celvocht is een universum apart). Volgens het chemisch script van het DNA ontstaat het leven in welhaast oneindige variatie en geeft het zich op die manier door aan volgende generaties. Het DNA is de taal van God. Daarom: God sprak … en creëerde.

Ik zou graag eens met professor Andrews over verschillende onderwerpen van gedachten willen wisselen. Eén punt wens ik nu reeds te bespreken. Hij beweert dat wiskunde (en dus ook getallen) ‘alleen het product is van het menselijk verstand’ (p. 171). Daarmee schaart hij zich achter Richard Dedekind. In een geschrift uit 1887 – Wat zijn getallen en wat betekenen ze? – legt de laatste uit dat getallen een product zijn van het menselijk vernuft. Deze opvatting is sindsdien binnen de wetenschap leidend geweest. Deze opinie is gerechtvaardigd indien God ‘niet bestaat’. De atheïst Bertrand Russell stelde dan ook: ‘Natuurkunde is wiskunde, niet omdat wij zoveel over de materiële wereld weten, maar omdat wij er zo weinig van weten: alleen haar wiskundige eigenschappen kunnen wij ontdekken.’

Ik neem daar stelling tegen. Indien God ‘bestaat’, zou wiskunde de taal van God kunnen zijn waarmede het universum in zijn natuurwetten cohesie krijgt. Aldus zijn de wiskundige formules de ultieme verklaring voor de fenomenen die zich aan ons voordoen, zelfs als die formules weinig raakpunten schijnen te hebben met onze zintuiglijke ervaring en ons voorstellingsvermogen.
O ja, u hebt het reeds begrepen, mijn advies is goudomrand. Een uitstekend boek!

>>> http://vergadering.nu/boekandrews-wie-heeft-god-gemaakt.htm

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s